Bij ABS Advies staat u als klant centraal. Daarom luisteren wij naar u.

Wij ondersteunen bedrijven op de manier met de dienstverlening waar zij behoeften aan hebben. De kracht van van ons kantoor ligt dan ook in onze betrokkenheid en persoonlijke benadering.

Laatste Nieuws

Deadline publicatieverplichting

Vervroegde deadline publicatieverplichting WAGENINGEN - Diverse rechtsvormen (zoals BV's, NV's en coöperaties) dienen jaarlijks een jaarrekening te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Indien uw organisatie een 'd...

Lees verder

Uw BV klaar voor de flex-BV

De nieuwe wet over de flex-BV heeft ook gevolgen voor ondernemers die nu al een BV hebben. ABS Belastingadvies- administratiekantoor b.v. legt uit wat de ...

Lees verder

Belastingtarieven 2013

SamenvattingDe Eerste Kamer heeft op 18 december 2012 de wetsvoorstellen Belastingplan 2013 en Overige fiscale maatregelen 2013, de Wet elektronische registratie notariële akten EN de ...

Lees verder

Wetsvoorstellen

Wegens de aangekondigde bezuinigen alsmede de aangekondigde administratieve lastenvermindering, heeft het aangeboden fiscaal pakket zeker invloed op uw onderneming (eenmanszaken, v.o.f. en B.V.). Ook heeft he...

Lees verder

Tips voor Algemene Voorwaarden

Om conflicten te voorkomen is het gebruik van Algemene Voorwaarden absoluut aan te raden. Dat zijn uw standaard voorwaarden die gelden bij uw offertes, overeenkomsten ...

Lees verder
Wetsvoorstellen

Wegens de aangekondigde bezuinigen alsmede de aangekondigde administratieve lastenvermindering, heeft het aangeboden fiscaal pakket zeker invloed op uw onderneming (eenmanszaken, v.o.f. en B.V.). Ook heeft het fiscaal pakket invloed op uw privé leven.

De wetsvoorstellen zullen (tenzij anders is aangegeven) per 1 januari 2012 in werking treden mits deze ongewijzigd worden aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer.

 

Hieronder treft u de volgende onderwerpen:

1. Afschaffen van diverse kleine belastingen

2. Research & Development aftrek

3. Zelfstandigenaftrek

4. Tijdelijke verlaging tarief overdrachtsbelasting

5. Vitaliteitspakket

- Vervanging arbeidskorting ouderen en doorwerkbonus door werkbonus

- Vitaliteitssparen

- Afschaffing levensloopregeling per 2012

- Afschaffing spaarloonregeling per 2012

6. Verruiming partnercriteria voor samengestelde gezinnen

7. Verlaging drempel aftrek scholingsuitgaven

8. Kindregelingen

9. Verduidelijking afdrachtvermindering onderwijs bbl

10. Vereenvoudiging gegevensverkeer met inhoudingsplichtigen

11. Actieve informatieverplichting

12. EIA/MIA/VAMIL-meldingen volledig digitaal

13. Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM)

14. Bijtelling loon- en inkomstenbelasting

15. Bijtelling LB/IB bestelauto's

16. Btw-heffing privégebruik auto van de zaak

1. Afschaffen van diverse kleine belastingen

Het totaal aantal belastingen wordt teruggebracht van 22 naar 15. Per 1 januari 2012 zullen de afvalstoffenbelasting en de grondwaterbelasting worden afgeschaft. Per 1 januari 2013 zullen worden afgeschaft: de belasting op pruim- en snuiftabak, de belasting op alcoholvrije dranken, de belasting op leidingwater, de verpakkingenbelasting en het Eurovignet.

 

2. Research & Development aftrek

Er komt een Research & Development aftrek (RDA). De RDA behelst een nieuwe generieke fiscale faciliteit die tot doel heeft de directe kosten van R&D, niet zijnde loonkosten (die al worden gefacilieerd via de S&O-afdrachtvermindering), te verlagen. De RDA is op dit moment nog niet uitgewerkt, maar wordt later via een nota van wijziging in het Belastingplan 2012 opgenomen. Vanaf 2013 is een structureel budget van € 100 mln beschikbaar voor een RDA+, een kenniswerkersmobiliteitsregeling en een mogelijke verhoging van de S&O-afdrachtvermindering. De RDA+ bestaat uit een extra aftrekpost in de Vpb voor de bijdrage van bedrijven aan privaat-publieke topinstituten (PTI's) op het gebied van innovatie.

 

3. Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek die nu acht schijven heeft, wordt omgezet in een vaste basisaftrek van € 7.280. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd. In dit kader werd aangekondigd dat de regering een verkenning gaat doen naar de invoering van een winstbox.

 

4. Tijdelijke verlaging tarief overdrachtsbelasting

Het tarief van de overdrachtsbelasting is voor de verkrijgingen van woningen met ingang van 15 juni 2011 verlaagd van 6% naar 2%. Deze maatregel, die gedeeltelijk wordt gefinancierd uit het vitaliteitspakket en gedeeltelijk uit de invoering van een bankenbelasting, vervalt per 1 juli 2012.

5. Vitaliteitspakket

Op grond van het vitaliteitspakket verdwijnen de arbeidskorting voor ouderen, de doorwerkbonus, de spaarloonregeling en de levensloopregeling. Daarvoor in de plaats komen een werkbonus en een mogelijkheid tot vitaliteitssparen.

 

Vervanging arbeidskorting ouderen en doorwerkbonus door werkbonus

Belastingplichtigen van 57 jaar en ouder die arbeidsinkomen genieten, hebben vanaf 2012 geen recht meer op de arbeidskorting. Er komt in 2013 een nieuwe werkbonus van maximaal € 3.000 voor werkende 62-plussers. De werkbonus sluit qua vormgeving en wetgeving aan bij de huidige arbeidskorting voor ouderen in de loon- en inkomstenbelasting. In verband hiermee worden de opbouwpercentages van de doorwerkbonus in 2012 aangepast en wordt de doorwerkbonus per 1 januari 2013 geheel afgeschaft.

Vitaliteitssparen

Voor 2013 wordt in de IB een nieuwe spaarfaciliteit ingevoerd voor binnenlands belastingplichtigen die arbeidsinkomen genieten. Vitaliteitssparen stelt deelnemers in staat om fiscaal voordelig te sparen in de vorm van (a) de spaarrekening, (b) de spaarverzekering of (c) het spaarrecht van deelneming, die vergelijkbaar zijn met de spaarvormen onder de huidige levensloopregeling. Bij vitaliteitssparen zijn de stortingen fiscaal aftrekbaar in box I en wordt pas belasting geheven bij de opname van het tegoed. Het (forfaitaire) rendement over het opgebouwde tegoed wordt niet belast in box III. Het maximaal fiscaal gefacilieerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal € 20.000 (bruto). Daarnaast geldt er een jaarlijkse aftrekbare maximuminleg van € 5.000. Anders dan bij de levensloopregeling is de aanwending van een vitaliteitsspaartegoed niet beperkt tot bepaalde doelen en is de opgebouwde voorziening in beginsel vrij opneembaar. Tot en met 61 jaar is er ook geen beperking met betrekking tot het op te nemen bedrag. Vanaf het jaar dat een deelnemer op 1 januari 62 jaar oud is, geldt een beperking van het maximaal jaarlijks op te nemen bedrag van € 10.000.

 

Afschaffing levensloopregeling per 2012

De levensloopregeling wordt per 2012 afgeschaft. Er komt overgangsrecht dat opgebouwde rechten in de levensloopregeling zoveel mogelijk eerbiedigt. De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Vanaf 2013 blijft de levensloopregeling alleen gelden voor deelnemers die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Deze deelnemers kunnen hun levenslooptegoed in 2013 geruisloos omzetten in vitaliteitssparen. Daarmee vervalt de mogelijkheid aan levensloop deel te nemen. Naast de levensloopregeling kan niet gelijkertijd worden deelgenomen aan vitaliteitssparen.

 

Afschaffing spaarloonregeling per 2012

De spaarloonregeling wordt per 2012 afgeschaft. De opgebouwde rechten worden geëerbiedigd. Het opgebouwde vermogen kan in 2013 in beginsel zonder fiscale gevolgen worden opgenomen, maar de deelnemers die hun tegoed laten staan en zich aan de voorwaarden van de spaarloonregeling houden, kunnen op grond van de overgangsregeling gebruik blijven maken van de vrijstelling voor spaarloon in box III. In dat geval wordt het tegoed jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven. Ook blijven de huidige deblokkeringsmogelijkheden bestaan. In 2016 zal de spaarloonregeling uitgewerkt zijn. Dan zal ook de overgangsbepaling vervallen.

6. Verruiming partnercriteria voor samengestelde gezinnen

Aan de bestaande partnercriteria wordt een nieuw criterium toegevoegd op grond waarvan ongehuwd samenwonenden ook als partners worden aangemerkt als zij samen met een minderjarig kind van een van beiden op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven. Hiermee wordt voorkomen dat ongehuwd samenwonenden die kinderen in hun gezin hebben uit een andere relatie, de zogenoemde "samengestelde gezinnen", een groot voordeel genieten ten opzichte van andere gezinnen met kinderen als niet aan één van de bestaande partnercriteria wordt voldaan. Er wordt een tegenbewijsregeling opgenomen voor de situatie waarin sprake is van (onder)huur.

7. Verlaging drempel aftrek scholingsuitgaven

Om scholing extra te stimuleren wordt de drempel voor aftrek van scholingsuitgaven in box I verlaagd naar € 250.

8. Kindregelingen

De fiscale kindregelingen worden als volgt aangepast:

  • De aftrek van levensonderhoud voor kinderen waarvoor geen kinderbijslag of studiefinanciering wordt genoten, wordt versoberd door een verlaging van de leeftijdsgrens van 30 jaar naar 21 jaar.
  • Met betrekking tot het inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting blijft de leeftijdsgrens van het jongste kind op jonger dan 16 jaar gehandhaafd. Met betrekking tot het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting wordt de leeftijdsgrens van het jongste kind van jonger dan 27 jaar verlaagd naar jonger dan 12 jaar. Het recht op het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting wordt voortaan toegekend op basis van de leeftijd van het jongste kind.
  • De uitzonderingen op de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting uit de inkomstenbelasting (IB) aan de minstverdienende partner voor gezinnen met kinderen tot 6 jaar en voor belastingplichtigen geboren voor 1 januari 1972, wordt in drie stappen afgebouwd in de jaren 2012 tot en met 2014.
  • De kindertoeslag in box III wordt afgeschaft.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt gewijzigd.
  • Bij de aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten wordt de leeftijdsgrens van 27 jaar en ouder verruimd naar 21 jaar en ouder.

 

9. Verduidelijking afdrachtvermindering onderwijs bbl

De toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs voor de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) wordt verduidelijkt in de situatie dat de inhoudingsplichtige niet tevens het erkende leerbedrijf is waar de bbl-deelnemer zijn praktijkervaring opdoet. In dat geval kan de inhoudingsplichtige alleen gebruik maken van de afdrachtvermindering onderwijs voor bbl als er een overeenkomst van opdracht bestaat tussen de inhoudingsplichtige en het erkende leerbedrijf waarin onder meer is vastgelegd dat het voordeel van de afdrachtvermindering toekomt aan het leerbedrijf.

 

10. Vereenvoudiging gegevensverkeer met inhoudingsplichtigen

De wet- en regelgeving met betrekking tot het gegevensverkeer tussen inhoudingsplichtigen en de Belastingdienst wordt vereenvoudigd:

  • De noodzaak voor een eenduidige loonaangifte is vervallen. De mogelijkheid voor zogeheten "loon-over"-werkgevers om aan te sluiten bij de bestaande loonadministratiepraktijk krijgt een structureel karakter. De inhoudingsplichtige kan bij correcties op het loon met terugwerkende kracht binnen een kalenderjaar de gebruikelijk door hem gevolgde verwerkingswijze blijven volgen. Het loon mag worden toegerekend aan het tijdvak of de tijdvakken waarop dat loon betrekking heeft en wordt geacht in het tijdvak of die tijdvakken waaraan het wordt toegerekend, te zijn genoten.
  • De huidige tijdelijke regeling voor de uitvraag van jaarloongegevens wordt vereenvoudigd. Bij ministeriële regeling wordt vastgelegd welke gegevens de inspecteur alsnog kan uitvragen.

 

11. Actieve informatieverplichting

De belastingplichtige wordt verplicht uit eigen beweging onjuistheden of onvolledigheden aan de inspecteur te melden zodra dat hem bekend is of wordt. Daarbij wordt in eerste instantie gedacht aan de volgende vier gevallen: de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto, de verklaring "geen privégebruik auto", zogenoemde Edelweissituaties (zie ook hierna onder 4.) en suppleties van BTW. In plaats van het treffen van een afzonderlijke regeling voor elk van deze gevallen wordt in artikel 10a van de AWR een algemene delegatiebepaling opgenomen op grond waarvan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige in bepaalde gevallen kan worden verplicht uit eigen beweging de inspecteur van onjuistheden of onvolledigheden mededeling te doen zodra hij met die onjuistheden of onvolledigheden bekend is of wordt, en wanneer en hoe de belastingplichtige deze mededeling moet doen. Het niet-nakomen van de informatieverplichting of van de voorschriften kan worden beboet met een vergrijpboete van maximaal 100% van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet-nakomen van de informatieverplichting niet is of niet zou zijn geheven.

 

12. EIA/MIA/VAMIL-meldingen volledig digitaal

Met ingang van 2012 zullen de EIA/MIA/VAMIL-meldingen volledig digitaal plaatsvinden. Daarmee wordt de gehele aanvraag van deze regelingen ondergebracht in het E-loket van het AgentschapNL.

 

13. Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM)

Vergunning aangifte per tijdvak

Ondernemers die regelmatig voor een ander om een kenteken vragen, kunnen op verzoek in aanmerking komen voor een vergunning om de BPM achteraf per tijdvak te voldoen. Deze vereenvoudigde aangifteregeling leent zich niet zonder meer voor een individuele waardering van een geïmporteerde gebruikte auto. In de Uitvoeringsregeling BPM zal worden opgenomen dat de inspecteur aan de vergunning nadere voorwaarden en beperkingen kan stellen. De vergunning kan daarbij voor gebruikte auto's beperkt worden tot auto's waarvoor aangifte wordt gedaan met toepassing van de forfaitaire afschrijvingstabel.

 

Buitenlandse leaseauto's

In de uitvoeringssfeer is reeds goedgekeurd, dat voor een in andere EU-lidstaat of EER-staat geregistreerde leaseauto onder voorwaarden al direct bij de aangifte BPM de teruggaaf bij export wordt verrekend en per saldo alleen de BPM hoeft te worden betaald die betrekking heeft op de gebruiksperiode in Nederland. Deze goedkeuring wordt in de Wet BPM opgenomen. De maximale overeengekomen huurperiode waarbij de regeling kan worden toegepast, is vier jaar. Bij een wijziging van de overeengekomen huurperiode, of als niet langer aan de voorwaarden voor verrekening wordt voldaan, wordt de verrekende teruggaaf herzien.

 

14. Bijtelling loon- en inkomstenbelasting

  • Tot 1 juli 2012 blijven de huidige CO2-grenzen voor het 14%-bijtellingspercentage en het 20%-bijtellingspercentage van toepassing. Deze grenzen worden jaarlijks per 1 januari neerwaarts bijgesteld (in 2012 per 1 juli). De CO2-grenzen voor benzine en diesel groeien langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015:

 

Bijtelling LB/IB afhankelijk van CO2-uitstoot 2011-2015 (in gr/km):

Benzine

2012, 1 januari

2012, 1 juli

2013

2014

2015

14%-bijtelling

< 111

< 103

< 96

< 89

< 83

20%-bijtelling

111-140

103-132

96-124

89-117

83-110

25% bijtelling

> 140

>132

>124

>117

>110

Diesel

14%-bijtelling

< 96

< 92

< 89

< 86

< 83

20%-bijtelling

96-116

92-114

89-112

86-111

83-110

25%-bijtelling

> 116

> 114

>112

> 111

> 110

 

  • Auto's houden een verlaagd bijtellingspercentage voor een periode van 60 maanden (de gebruikelijke leaseperiode), rekenend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Aan het eind van een periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.
  • Voor auto's waarvan het kenteken voor 1 juli 2012 voor de eerste maal op naam is gesteld en die auto al voor 1 juli 2012 en ook daarna aan dezelfde belastingplichtige ter beschikking staat, blijft de verlaging van de bijtelling van voor de aanscherping van de CO2-uitstootgrenzen op 1 juli 2012 van toepassing. Ook als het kenteken van een auto al voor 1 juli 2012 op naam van de eigenaar staat en de auto op of na 1 juli 2012 voor het eerst aan de belastingplichtige ter beschikking staat, blijft de verlaging van de bijtelling behouden zoals die geldt op 30 juni 2012. Indien het kenteken van een auto die voor het eerst op naam is gesteld voor 1 juli 2012, op of na 1 juli 2012 op naam van een nieuwe eigenaar wordt gesteld, wordt ervan uitgegaan dat de auto vanaf de dag dat het kenteken voor het eerst op naam is gesteld onder de regeling viel zoals die geldt voor auto's waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld na 30 juni 2012. Een eigendomsoverdracht van een auto die aan een belastingplichtige ter beschikking staat, heeft geen gevolgen voor de verlaging van de bijtelling zolang die auto aan de betreffende belastingplichtige ter beschikking staat.
  • Voor personenauto's met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2012 tot en met 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende een periode van 60 maanden een bijtellingspercentage van nihil.
  • Voor auto's waarvan het kenteken vóór 1 januari 2012 voor het eerst op naam is gesteld en die een C02-uitstoot hebben van 0 gr/km is tot 1 januari 2017 een bijtelling van 0% van toepassing.

 

15. Bijtelling LB/IB bestelauto's

  • De verklaring dat een bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, wordt met ingang van 1 januari 2012 ingevoerd. Met deze (gezamenlijke) verklaring kan worden aangegeven dat met de bestelauto niet privé wordt gereden. De Belastingdienst zal hiervoor een digitaal formulier ter beschikking stellen. De ondernemer kan de rittenregistratie achterwege laten als hij van de inspecteur een ontvangstbevestiging van de verklaring heeft ontvangen.

 

16. Btw-heffing privégebruik auto van de zaak

  • Een auto die kosteloos in gebruik wordt gegeven voor privédoeleinden, waaronder woon-werkverkeer, is vanaf 1 juli 2011 voor de btw belast als een fictieve dienst naar het werkelijke privégebruik. Dit is al geregeld door aanpassingen in de Uitvoeringsbeschikking OB en in het Besluit uitsluiting aftrek OB (BUA). De voor de fictieve dienst verschuldigde btw kan worden berekend via een forfait, dat op jaarbasis 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM) bedraagt. Een voorstel tot goedkeuring van de wijziging in het BUA is in het wetsvoorstel opgenomen.
  • Met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2011 wordt ook een regeling opgenomen voor de gevallen waarin een auto niet kosteloos in gebruik is genomen, maar tegen een lagere vergoeding dan de zogenoemde normale waarde. In dat geval wordt de grondslag voor de btw-heffing verhoogd naar de normale waarde. In een beleidsbesluit zal worden goedgekeurd dat in deze situatie het forfait van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en BPM) mag worden toegepast.

 

 

Bron vermelding: Register Belastingadviseurs