Bij ABS Advies staat u als klant centraal. Daarom luisteren wij naar u.

Wij ondersteunen bedrijven op de manier met de dienstverlening waar zij behoeften aan hebben. De kracht van van ons kantoor ligt dan ook in onze betrokkenheid en persoonlijke benadering.

Laatste Nieuws

Deadline publicatieverplichting

Vervroegde deadline publicatieverplichting WAGENINGEN - Diverse rechtsvormen (zoals BV's, NV's en coöperaties) dienen jaarlijks een jaarrekening te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Indien uw organisatie een 'd...

Lees verder

Uw BV klaar voor de flex-BV

De nieuwe wet over de flex-BV heeft ook gevolgen voor ondernemers die nu al een BV hebben. ABS Belastingadvies- administratiekantoor b.v. legt uit wat de ...

Lees verder

Belastingtarieven 2013

SamenvattingDe Eerste Kamer heeft op 18 december 2012 de wetsvoorstellen Belastingplan 2013 en Overige fiscale maatregelen 2013, de Wet elektronische registratie notariële akten EN de ...

Lees verder

Wetsvoorstellen

Wegens de aangekondigde bezuinigen alsmede de aangekondigde administratieve lastenvermindering, heeft het aangeboden fiscaal pakket zeker invloed op uw onderneming (eenmanszaken, v.o.f. en B.V.). Ook heeft he...

Lees verder

Tips voor Algemene Voorwaarden

Om conflicten te voorkomen is het gebruik van Algemene Voorwaarden absoluut aan te raden. Dat zijn uw standaard voorwaarden die gelden bij uw offertes, overeenkomsten ...

Lees verder
Belastingtarieven 2013

Samenvatting
De Eerste Kamer heeft op 18 december 2012 de wetsvoorstellen Belastingplan 2013 en Overige fiscale maatregelen 2013, de Wet elektronische registratie notariële akten EN de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning aangenomen. Daags daarna heeft het ministerie van Financiën de nieuwe belastingcijfers voor het jaar 2013 bekendgemaakt met onder meer nieuwe belastingtarieven, schijflengtes, aftrekposten en heffingskortingen. In deze publicatie leest u de gevolgen voor de loonbelasting en de inkomstenbelasting.

1. Inkomstenbelasting

Tarief box 1 (belastbaar inkomen uit woning en werk)
IB = tarief inkomstenbelasting; PVV = tarief premies volksverzekeringen; IB/PVV = gecombineerd tarief inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen

Jonger dan 65 jaar
Belastbaar inkomen
- 0 t/m € 19.645: IB = 5,85%; PVV = 31,15%; IB/PVV = 37%
- meer dan € 19.645 t/m € 33.363; IB = 10,85%; PVV = 31,15%; IB/PVV = 42%
- meer dan € 33.363 t/m € 55.991; IB = 42%; PVV = 0%; IB/PVV = 42%
- meer dan € 55.991; IB = 52%; PVV = 0%; IB/PVV = 52%

65 jaar (geboren in 1946)
De tarieventabel is vrijwel gelijk aan die voor personen van 66 jaar en ouder. Het bevat alleen een iets kortere tweede tariefschijf (€ 33.363 i.p.v. € 33.555).
66 jaar en ouder (geboren voor 1 januari 1946)
Belastbaar inkomen
- 0 t/m € 19.645; IB= 5,85%; PVV= 13,25%: IB/PVV= 19,1%
- meer dan € 19.645 t/m € 33.555; IB = 10,85%; PVV = 13,25%; IB/PVV = 24,1%
- meer dan € 33.555 t/m € 55.991; IB = 42%; PVV = 0%; IB/PVV = 42%
- meer dan € 55.991; IB= 52%; PVV = 0%; IB/PVV = 52%

Tarief box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang)
Voor het jaar 2013 blijft het tarief voor inkomsten in box 2 ongewijzigd en bedraagt 25%.

Tarief box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen)
Het tarief voor inkomsten in deze box blijft 30% te berekenen over een forfaitair rendement van 4% van de grondslag sparen en beleggen.

Heffingskortingen
De algemene heffingskorting voor 2013 gaat met € 32 omlaag tot € 2.001 voor personen jonger dan 65 jaar. Voor personen van 65 jaar en ouder gaat de algemene heffingskorting met € 100 omhoog naar € 1.034. Voor partners bestaat een bepaalde regeling waarbij de belastingdienst de algemene heffingskorting onder voorwaarden maandelijks rechtstreeks uitbetaalt aan de niet of weinig verdienende partner. Voorwaarde hierbij is dat de partner na aftrek van de eigen heffingskorting wel belasting en premie is verschuldigd. Deze overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting wordt afgebouwd in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat in 2013 maximaal € 1.334 van de algemene heffingskorting mag worden overgedragen aan de minstverdienende partner. De beperking van de uitbetaling geldt niet indien de belastingplichtige die zijn heffingskorting niet volledig gebruikt, geboren is voor 1-1-1963 of indien er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn. Voor deze groepen blijft - als ook aan de andere voorwaarden is voldaan - de uitbetaling voor 100% gehandhaafd.

Werkbonus
Nieuw in 2013 is de invoering van een werkbonus van maximaal € 1.100 voor werkenden tussen 60 en 64 jaar. Dit maximum geldt bij een inkomen vanaf 100% tot 120% van het wettelijk minimumloon (wml). Boven 120% van het wml wordt de werkbonus lineair afgebouwd tot nihil bij 175% van het wml.

Arbeidskorting
Iedereen met inkomsten uit tegenwoordige arbeid heeft recht op de arbeidskorting. De arbeidskorting lagere inkomens bedraagt € 1.723 voor werkenden tot 65 jaar en € 890 voor werkenden van 65 jaar en ouder. De arbeidskorting hogere inkomens bedraagt € 550 voor werkenden tot 65 jaar en € 284 voor werkenden van 65 jaar en ouder.

Reisaftrek
Voor het regelmatige woon-werkverkeer met het openbaar vervoer bestaat in 2013 onder voorwaarden recht op de reisaftrek van maximaal € 2.036.

Reiskostenvergoeding
De maximale belastingvrije vergoeding van zakelijke kilometers blijft in 2013 ongewijzigd € 0,19 per kilometer, ongeacht het vervoermiddel. Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan de werkgever kiezen: maximaal € 0,19 per kilometer belastingvrij vergoeden of de werkelijke reiskosten belastingvrij vergoeden.

Privégebruik auto van de zaak (via de loonbelasting)

Als het privégebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto meer bedraagt dan 500 kilometer per jaar, volgt een bijtelling op het loon. Voor ondernemers geldt een vergelijkbare regeling waarbij voor het privégebruik van de auto van de zaak een onttrekking (winstuitdeling) wordt aangenomen. Gemakshalve spreken we hierna van een bijtelling.
De vier tarieven voor de (minimum)bijtelling van de auto van de zaak blijven voor 2012 ongewijzigd, maar de CO2-grenzen worden aangescherpt:
- 0% voor auto’s met een CO2-uitstoot van minder dan 51 gr/km, (bijvoorbeeld elektrische auto’s) die in 2012 tot en met 2014 worden aangeschaft. De 0%-bijtelling geldt voor 60 maanden. Op auto’s die al voor 1 januari 2012 zijn aangeschaft en niet meer dan 50 gr/km CO2 uitstoten, geldt voor zover ze daar nog geen recht op hadden, vanaf 1 januari 2012 tot 1 januari 2017 een bijtelling van 0%. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende 60 maanden een bijtelling van 7%. (Het huidige onderscheid in CO2-grenzen voor benzine en diesel gaat geleidelijk verdwijnen en vervalt per 2015 in zijn geheel.)
- 14% voor zeer zuinige auto' s met een CO2-uitstoot vanaf 51 – 95 gr/km bij een auto die niet op diesel rijdt óf 50 -88 gr/km bij een auto die op diesel rijdt;
- 20% voor zuinige auto's met een CO2-uitstoot vanaf 96 – 124 gr/km bij een auto die niet op diesel rijdt óf 88 – 112 gr/km bij een auto die op diesel rijdt;
- 25% voor alle andere auto's.
Er geldt nog een overgangsregeling voor auto’s met een 14% of 20% bijtelling waarbij deze bijtellingspercentages onder voorwaarden tot 1 juli 2017 van toepassing kunnen blijven

Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de werknemer de bestelauto niet kan gebruiken buiten werktijd, bijvoorbeeld omdat de werknemer de bestelauto plaatst op een afgesloten bedrijfsterrein. De werkgever kan ook een schriftelijk verbod op privégebruik opleggen aan de werknemer. Hierbij is vereist dat hij controle uitoefent op de naleving van het verbod en een passende sanctie oplegt als het verbod wordt overtreden. Een werknemer die een bestelauto van de zaak uitsluitend zakelijk gebruikt, kan vanaf 1 januari 2012 gebruikmaken van de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto waardoor loonbijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak achterwege kan blijven. En er hoeft geen rittenregistratie te worden bijgehouden.

Hypotheekrenteaftrek
Met ingang van 1 januari 2013 geldt de hypotheekrenteaftrek alleen voor hypotheken met een ten minste annuïtair aflossingsschema van 30 jaar. Voor mensen die op 31 december 2012 een eigen woning en een eigenwoningschuld hadden, blijft de hypotheekrente aftrekbaar ook al wordt op de betreffende lening niet afgelost. Dit geldt ook bij het oversluiten van deze lening in of na 2013.

Eigenwoningforfait
De forfaitpercentages voor het jaar 2013 zijn als volgt:
- WOZ-waarde niet meer dan € 12.500: nihil;
- WOZ-waarde is meer dan € 12.500 maar niet meer dan € 25.000: 0,20%;
- WOZ-waarde is meer dan € 25.000 maar niet meer dan € 50.000: 0,35%;
- WOZ-waarde is meer dan € 50.000 maar niet meer dan € 75.000: 0,45%;
- WOZ-waarde is meer dan € 75.000 maar niet meer dan € 1.040.000: 0,60%;
- WOZ-waarde is meer dan € 1.040.000: € 6.240 plus 1,55% van WOZ-waarde boven € 1.040.000.

Kapitaalverzekering eigen woning

Voor de uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (box 1) kunnen de volgende vrijstellingen van toepassing zijn:
- bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling: maximaal € 35.700;
- bij 20 jaar of meer premiebetaling: maximaal € 157.000;
In beginsel kan de totale vrijstelling nooit meer bedragen dan € 157.000 per belastingplichtige gedurende zijn leven.
Per 1 januari 2013 vervalt de vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning, de beleggingsrekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning voor mensen die op 31 december 2012 niet een dergelijk product hadden. Voor bestaande gevallen blijft het fiscale regime voor de kapitaalverzekering eigen woning, de beleggingsrekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning bestaan. In die gevallen kan de kapitaalverzekering eigen woning de beleggingsrekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning niet meer worden verhoogd.

Verhuisregeling hypotheekrenteaftrek
De maximale termijn voor behoud van hypotheekrenteaftrek bij verkoop van de voormalige eigen woning is drie jaar en geldt nog voor het belastingjaar 2013. Dit betekent dat indien de woning in 2010 te koop is gezet, nog recht op hypotheekrenteaftrek bestaat in 2013. Daarnaast blijft ook in het belastingjaar 2013 de maximale termijn voor het verkrijgen van hypotheekrenteaftrek voor de nog leegstaande toekomstige eigen woning (bijvoorbeeld in aanbouw) drie jaar. Dit betekent dat in 2013 recht op hypotheekrenteaftrek bestaat voor een leegstaande woning die uiterlijk in 2016 de eigen woning zal worden.

Herleven hypotheekrenteaftrek voormalige eigen woning na tijdelijke verhuur
Sinds 1 januari 2010 kan de hypotheekrenteaftrek voor de te koop staande voormalige eigen woning herleven na een periode van tijdelijke verhuur. De hypotheekrente kan na de verhuur nog worden afgetrokken tot maximaal de resterende termijn van de verhuisregeling. Deze tijdelijke maatregel wordt verlengd met een jaar en geldt tot en met 2013

Aftrek rente financiering restschuld
Met ingang van 1 januari 2013 bestaat ook recht op aftrek van rente op restschuld die is ontstaan na 29 oktober 2012 maar voor 1 januari 2018. Een restschuld ontstaat indien de verkoopprijs van de woning lager ligt dan de op de woning rustende eigenwoningschuld. Recht op aftrek bestaat ook als er geen eigen woning meer is. De aftrek geldt voor een periode van 10 jaar na het moment van het ontstaan van de restschuld.

Heffing in box 3
Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen bestaat recht op een heffingvrij vermogen. Voor het jaar 2013 blijft het heffingvrije vermogen onveranderd op € 21.139. Fiscale partners kunnen de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (zijnde de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover die meer bedraagt dan het gezamenlijke heffingvrije vermogen) in elke gewenste verhouding onderling toebedelen.


2. Loonbelasting

Vervallen van spaarloon en levensloopregeling

Per 1 januari 2013 is de levensloopregeling niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers. Voor deelnemers met een saldo van minder dan € 3.000 op 31 december 2012 valt het tegoed vrij aan het begin van het jaar 2013. Bij die vrijval wordt belasting geheven over 80% van het tegoed op 31 december 2011 en worden de in het verleden opgebouwde rechten op de levensloopverlof korting in aanmerking genomen.

Bij een tegoed van € 3000 of meer op 31 december 2012 kan men tot het jaar 2022 gebruik blijven maken van de levensloopregeling. Vanaf het jaar 2013 vervalt de voorwaarde dat het levenslooptegoed slechts voor verlof opgenomen kan worden. Indien het volledige tegoed in 2013 opgenomen wordt, wordt slechts 80% van de waarde in het economische verkeer van de levensloopaanspraak op 31 december 2011 in aanmerking genomen voor de belastingheffing. Het meerdere wordt wel volledig belast. Bij de belastingheffing worden ook de in het verleden opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting in aanmerking genomen.

Werkkostenregeling
Per 1 januari 2011 is een nieuwe regeling ingevoerd: de werkkostenregeling. Door deze regeling kan, naast een aantal gerichte vrijstellingen, maximaal 1,5% van het totale fiscale loon (de ‘vrije ruimte’) worden besteed aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor werknemers. Over het bedrag boven de vrije ruimte (en afgezien van de gerichte vrijstellingen) moet de werkgever loonbelasting betalen in de vorm van een (gebruteerde) eindheffing van 80%.

De werkkostenregeling komt in de plaats van de huidige regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Het is nog niet verplicht gebruik te maken van de werkkostenregeling. Tot en met 2013 mag ieder jaar gekozen worden voor de werkkostenregeling of voor de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen.
Na 2013 geldt de werkkostenregeling voor alle werkgevers.